Zomer

Tijdens de zomer houden we ons vooral bezig met het dunnen en oogsten van het fruit.

Dunnen betekent dat de kleine en ‘beschadigde’ vruchten uit de boom geplukt worden, wanneer ze een bepaalde grootte hebben. Dit zorgt ervoor dat de goede vruchten voldoende voedingsstoffen en ruimte krijgen om uit te groeien tot een mooie vrucht.

Daarnaast starten we in de zomer ook met het oogsten van ons fruit. De kersen kunnen vanaf juni geoogst worden, de pruimen van juli tot augustus en de appels en peren van half augustus tot eind oktober.
Wij plukken alles zelf met de hand. De oogst wordt in meerdere plukrondes gedaan, zodat iedere vrucht genoeg zonlicht krijgt en mooi kan bijkleuren. 
De pruimen en kersen worden in emmers of in kleine kisten geplukt en de appels en peren in grote houten kisten. Dit gebeurt door middel van pluktreinen en een pluc-o-trac.